De werkgever moet zorgen voor goede arbeidsomstandigheden. Dit doet hij door risico’s zo veel mogelijk bij de bron te bestrijden en door technische of organisatorische collectieve  veiligheidsmaatregelen te treffen. Zijn deze maatregelen niet voldoende, dan mag de werkgever overgaan tot het verstrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) aan zijn werknemers. De Arbowet, het Arbobesluit en beleidsregels geven hiervoor de ´spelregels´. Maar hoe loopt het met die regels in de praktijk en welke situaties zijn voor verbetering vatbaar? Deze en andere vragen kwamen aan de orde tijdens de VSB forumdiscussie over persoonlijke beschermingsmiddelen.

Hoe veilig is de bouw?
Recent presenteerde Arbouw de ‘Monitor Arbeidsongevallen in de bouw’, waarin de arbeidsongevallen in de bouw zijn geïnventariseerd en geanalyseerd. In 2006 zijn er ruim 2.360 manjaren verloren gegaan, hetgeen overeenkomt met een financiële schade van 150 miljoen euro. Van de ongevallen op de bouwplaats blijkt 14,3 procent veroorzaakt door een val van een hoogte van minder dan 2,5 meter hoogte; 5,2 procent door een val van meer dan 2,5 meter hoogte. Bij 10,7 procent van de ongevallen zijn mensen getroffen door een vallend voorwerp.

Is de bouw daarmee eigenlijk wel veilig? Bink van Reek van Rojo Steigerbouw: ‘Alhoewel de cijfers misschien anders doen vermoeden, is het in principe wel veilig. In de voorbereiding besteden we erg veel tijd en aandacht aan het aspect veiligheid. Je merkt echter dat de druk steeds hoger wordt. Vergunningen komen vaak te laat af, terwijl een bouwwerk steeds sneller moet worden  erealiseerd. Dat gaat ten koste van de veiligheid.’ Eef van der Kleij van Travhydro ervaart dezelfde druk in de industrie. ‘In de industrie is bovendien veel ad-hoc werk. Het moet snel, met korte  voorbereidingstijd. Toch denk ik dat het niet slechter is dan voorgaande jaren.’ Hans Hofstra van BIS Industrial Services vult aan: ‘Er is wel een duidelijk verschil in toezicht tussen het buitenwerk’ en het werk in de industrie. Het werken in de industrie is zeer goed geregeld en het toezicht en de controle zijn veel scherper dan bij het buitenwerk.’ schoold personeel en je bent dus al blij als er een goede metselaar op de steiger staat. Wanneer die iets minder veilig werkt, zal er minder snel worden ingegrepen. Het is niet terecht, maar wordt ingegeven door de praktijk.

Lenen de toolboxmeetings zich voor het bewustmaken van personeel? Eef van der Kleij: ‘Een toolboxmeeting is voor menigeen een hapklare verplichting. De deelnemers aan dergelijke meetings willen bovendien praktische informatie. De leidinggevenden die de toolboxmeetings organiseren, zijn echter steeds hoger opgeleid, waardoor het verschil tussen theorie en praktijk groter lijkt te worden. Eigenlijk zouden de meetings naar aanleiding van incidenten moeten plaatsvinden. Dat spreekt mensen aan.’ Colin Beekman beaamt dat. ‘Eventuele incidenten worden door ons geanalyseerd en gebruikt voor veiligheidsinstructies die de input vormen voor toolboxmeetings. Dat spreekt tot de verbeelding van mensen.’ Hans Hofstra werkt al enigzins op die manier. ‘Binnen BIS Industrial Services wordt gewerkt met veiligheidsberichten. Die instructies worden bewust niet uitgedeeld op het werk, maar naar het privé-adres verzonden.’ Eef van de Kleij: ‘Je zou die eigenlijk naar de partner van de werknemer moeten sturen. Per slot van rekening gaat het ons er om dat de werknemer ’s avonds weer veilig thuiskomt.’

Invloed regelgeving Sinds 1 januari 2007 is de nieuwe Arbowet van kracht. Daarmee is ook de Europese Richtlijn Veilig werken op hoogte geïmplementeerd. Een andere ontwikkeling die  momenteel volop in de belangstelling staat is de introductie van het Handboek Richtlijn Steigers. In hoeverre draagt deze regelgeving bij aan een veiliger omgeving? Hans Hofstra: ‘Het is niet zo dat met de komst van regels alles ineens is opgelost. Je krijgt in de praktijk bijvoorbeeld veel tegengas als je zegt dat iemand zich moet vasthaken voor het werken op een hoogte van 2 meter.’ In sommige situaties is het bovendien praktisch onmogelijk om alles te volgen. Eef van de Kleij: ‘In principe zou je altijd moeten vastlijnen aan een punt dat boven je ligt. Bij vrijstaande constructies in de industrie is dat praktisch niet realiseerbaar. Daar komt nog eens bij dat er bij nieuwbouw weinig rekening wordt gehouden met de opbouw van steigers.

Alle punten die de opbouw makkelijker zouden moeten maken, worden in veel gevallen door bezuinigingen geschrapt. Wat men daarbij vergeet, is dat ze in een later stadium toch weer aangebracht moeten worden, en daarmee onnodig veel kosten veroorzaken.’ Dergelijke situaties vergen ook wat van het eigen oplossingsvermogen. Bink van Reek: ‘Wij werken nu in bepaalde situaties met een lijn Om die reden houdt Travhydro de industrieen bouwploegen zoveel mogelijk gescheiden. Eef van der Kleij: ‘Waar ze in de industrie allemaal met helm en bril op lopen, wordt dat op de bouwplaats nog wel eens vergeten. De controle is daar minder en dan kunnen dergelijke situaties ontstaan.’ Toch is er ook buiten de industrie een ontwikkeling zichtbaar, aldus Matthijs
Pitlo van Workx: ‘Woningbouwverenigingen vragen steeds vaker naar certificering van steigerbouwers. Dat betekent dat het veiligheidsbesef buiten de poorten van de industrieaan het toenemen is.’ Dat de praktijk daarbij weerbarstiger is dan de theorie wordt volgens Colin Beekman van Skyworks dagelijks bewezen: ‘Schilderstellingen worden door ons veilig opgebouwd en keurig afgeleverd. Het eerste wat wordt gedaan na ingebruikname is het wegnemen van de onderdelen die het werk bemoeilijken. Dat zijn echter wel de onderdelen die de veiligheid van de gebruiker moeten garanderen.’ Bink van Reek: ‘Gebruikers zijn zich er vaak niet van bewust dat dergelijke aanpassingen afbreuk doen aan de veiligheid van de werkomgeving.’

Dowload de PDF