Persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm’s) beschermen werknemers tegen gevaren die hun veiligheid en gezondheid kunnen bedreigen. Door het niet of onjuist gebruiken van pbm’s kunnen
werknemers schade of letsel oplopen. Werkzaamheden in de bouw zijn risicovol en er is sprake van een grote diversiteit van gevaren. De dynamiek van de bouwplaats en de aard van de
werkzaamheden vereisen dat bijna altijd pbm’s worden gebruikt.

Aanleiding
De inspecteurs hebben bij voorgaande inspecties ervaren dat pbm’s niet altijd door de werkgever ter beschikking wordt gesteld en/of door de werknemer wordt gedragen. Ook het toezicht op het gebruiken laat soms te wensen over. Uit ongevalsonderzoek (alle economische sectoren) van de afgelopen jaren komt naar voor dat bij contact met handgereedschap in meer dan de helft van de gevallen pbm’s worden genoemd als falende barrière. Het merendeel van de slachtoffers heeft een beroep dat valt onder de sector bouw. Hoe groot echter de cijfers voor de bouw precies zijn, is niet bekend. Uit onderzoek van de voormalige Arbeidsinspectie blijkt dat letsel voorkomen of beperkt wordt als geschikte pbm’s gedragen wordt.

Werkgevers hebben, op grond van de Arbeidsomstandighedenwet, de verplichting te regelen dat werkzaamheden zo veilig en gezond mogelijk kunnen worden uitgevoerd. Daarbij moet een zo hoog mogelijk veiligheidsniveau worden nagestreefd, bekend als de arbeidshygiënische strategie. Risico’s moeten zoveel mogelijk aan de bron worden weggenomen. Als dit redelijkerwijs niet mogelijk is dan worden eerst collectieve, daarna individuele maatregelen getroffen en als laatste worden pbm’s ter beschikking gesteld. Het gebruik van pbm’s is daarmee het laatste en laagste niveau waarop maatregelen getroffen worden om risico’s te voorkomen.

Download de PDF